Griekenland

ScubaTimo

Pagina over duiken en reizen in binnen- en buitenland

Website about scuba diving and traveling around the globe

Griekenland, Athene, Epidavros

Athene (Grieks: Αθήνα = Athina; fonetisch: [/a'θina/]?) is de hoofdstad en grootste stad van Griekenland, de hoofdstad van de regio Attika en het gelijknamige departement (nomós) Athene. Athene is tevens het politieke, culturele en economische centrum van het land, een kosmopolitische metropool van ongeveer 3.192.606 inwoners. Athene is vooral bekend vanwege de historische gebouwen uit de oudheid, zoals het Parthenon op de Akropolis, een heuvel in Athene. Het merendeel van de gebouwen in het tegenwoordige Athene is echter van vrij recente datum.

De Olympische zomerspelen van 2004 werden in Athene gehouden. De eerste moderne Olympische Spelen, die van 1896, vonden eveneens in Athene plaats. Op 18 en 20 mei 2006 werd in Athene het Eurovisiesongfestival georganiseerd.

De stad is genoemd naar de godin Pallas Athene, in vroeger tijden ook de patroon van de stad. De tempel Parthenon op de Akropolis, het beroemdste monument van de stad, is ter ere van haar. In vroeger tijden heette de stad Αθηναι (Athènai, meervoud van Athèna). Dit werd in de 19e eeuw opnieuw de officiële naam van de stad. Maar na een taalhervorming in de jaren '70 heet de stad Athina, een naam die sommige Grieken ook in het Engels prefereren boven Athens.

Bezienswaardigheden: Akropolis van Athene, Dionysus-theater, Agora van Athene

Musea: Nationaal Archeologisch Museum van Athene, Akropolis museum, Hellenic Cosmos, Benaki museum, Kerameikos Museum, Agora Museum, Museum voor Cycladische Kunst

Epidaurus (Grieks: Επίδαυρος, Epídavros, met klemtoon op de -i-) is de naam van een Oudgriekse stad op het schiereiland Argolis, beroemd om het nabijgelegen Grieks heiligdom van Asclepius, halfgod van de geneeskunde. Er is enige verwarring mogelijk tussen:

  1. Paliá Epídavros (Oud Epidaurus): de oude havenstad, aan de zee gelegen, met resten van de antieke haveninstallaties (nu deels onder water), een theater en een vroegchristelijke kerk;
  2. Néa Epidavros (Nieuw Epidaurus): het nieuwe dorp, vlak bij het vorige gelegen
  3. Archéa Epidavros (Antiek Epidaurus): ca. 10 km landinwaarts gelegen, de beroemde cultusplaats van Asclepius, met het goedbewaarde theater. Archaía Epídavros is tegenwoordig de verzamelnaam van een aantal dorpen: Paleá Epídavros, Néa Epídavros, Ano Epídavros, Koliáki, Trachiá en Dímena. Het theater van Epídavros behoort tegenwoordig tot de dimos = gemeente Asklípiou.

Antiek Epidaurus

Epidaurus (Oud-Grieks: Ἐπίδαυρος / Epídauros) was een kleine polis in Argolis, een schiereiland in het noordoosten van de Peloponnesos. Het is vooral bekend voor zijn Asklepieion (Grieks heiligdom voor Asklepios) dat sinds 1988 op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat en het theater, waar vandaag de dag nog steeds toneelvoorstellingen worden gehouden.

Geschiedenis

Epidaurus wordt door Homerus, in de catalogus van schepen, vermeld als «Epidauros met de goede wijngaarden» (Ilias II 561.). In de 7e en 6e eeuw v.Chr. behoorde het tot de amphictionie die men «Minyers» noemden, waarvan de zetel was gevestigd op het eiland Kalaureia. Op het eind van de 6e eeuw v.Chr. werd de polis geregeerd door de tyrannos Prokles, die zijn dochter Melissa ten huwelijk gaf aan Periander, tyrannos van Korinthe.

Tijdens de Perzische oorlogen stuurde de polis acht schepen naar de slag bij Artemision, 800 mannen naar Plataeae en 10 schepen naar Salamis. Bij het einde van de oorlog allieerde Salamis zich met Sparta en trad toe tot de Peloponnesische Bond, tegen Athene en de Delische Bond. Epidaurus nam deel aan de «affaire van Corcyra» en voorzag trieren voor Korinthe. Daarop vormde Epidaurus een pijnpunt in de spanningen tussen Athene en Sparta.

In de klassieke periode genoot Epidaurus een grote vermaardheid dankzij zijn aan de god Asklepios gewijde heiligdom, waar men aan geneeskunde deed door middel van dromen. Het bestond uit meerdere publieke gebouwen, waaronder een grote tempel die werd gebouwd aan het begin van de 4e eeuw v.Chr. Ter ere van Asklepius organiseerde men de Asklepieia, vierjaarlijkse Panhelleense Spelen (pentetêrides agônes) bestaande uit paardenrennen en, vanaf de 4e eeuw, poeziëwedstrijden. De cultus van Asklepios bereikte zijn hoogtepunt in de hellenistische periode.

In 243 v.Chr. trad Epidaurus tot de Achaeïsche Bond toe. Tijdens de zomer van 225 v.Chr. wordt de stad ingenomen door Cleomenes III, koning van Sparta. Daarop werd ze een bondgenoot van Rome. Publius Cornelius Scipio Aemilianus Africanus minor bezoekt Epidaurus in 168-167 v.Chr., alsook de andere grote steden van het hellenisme, als Athene, Delphi en Olympia. In 87 v.Chr. werd Epidaurus geplunderd door Lucius Cornelius Sulla, die de tempelschat plunderde. De laatste vermelding van Epidaurus gaat terug tot de 6e eeuw n. Chr., in de Synekdemos van Hierocles, een werk dat de administratieve indelingen van het Byzantijnse Rijk beschrijft.

Archeologie

De ruïnes van Epidaurus zijn opgegraven vanaf de 19e eeuw. Ze hebben de ruïnes van het Asklepieion, een tempel van Artemis, een tholos, een tempel van Aphrodite en natuurlijk het theater blootgelegd.


Griekenland, Lesvos

Lesbos (Grieks: Λέσβος, Lésbos) is een Grieks eiland in de Egeïsche Zee, niet ver van de kust van Klein-Azië. Het vormt een onderdeel van het gelijknamige departement (nomos) Lesbos. Met 1630 vierkante kilometer is het een van de grootste eilanden van Griekenland. In het jaar 2006 had het ongeveer 90.000 inwoners, van wie circa een derde in Mytilini woont.

Bestuurlijk behoort het eiland tot de Regio Noord-Egeïsche Eilanden, waar het onderdeel is van het departement Lesbos.

Het eiland heeft inkomsten uit de productie van ouzo, olijven, sardines, daarnaast ook uit het toerisme. De laatste jaren wordt er hard gewerkt aan de verbetering van de infrastructuur. Zo is de weg westwaarts vanuit Mytilini in 2005-2006 geheel gerenoveerd.

Benaming

Een eenduidige afkomst van de benaming is er niet. Het eiland zou voor het eerst bewoond zijn door Macaros, zoon van de god Ilios (zon). Deze Macaros had vijf dochters: Mytelene, Methymna, Issa, Antissa, Arisbe en vier zonen: Erassos, Cedrolaüs Neandrus en Leuceppus. Naar deze kinderen zijn later een aantal steden op Lesbos genoemd. Methymna huwde de held Lesvos van Thessalia, zoon van Lapithos, de beschermgod van het eiland en kleinzoon van Aiolos. Een andere verklaring is dat Marcos het eiland 'Lesvi' genoemd zou hebben, wat 'groen eiland' betekent. later is dit verbasterd tot 'Lesvos'. Het woord lesbisch zou afgeleid zijn van de naam van dit eiland. Dit heeft zijn oorsprong in de gedichten van Sappho, circa 625 v.Chr. geboren in Antissa op Lesbos. Sappho was de eerste vrouw die de moed had over vrouwen te zingen, als tegenstelling tot de stoere mannenliederen. Haar gedichten gingen o.a. over de vriendschap van vrouwen, het landelijke leven, de bruiloften e.d. Zij richtte ook een school op voor vrouwen waar zang, dans en muziek werden onderwezen.

Lesbos wordt ook wel het eiland van het feest genoemd. Elk dorp viert zijn jaarfeest in stijl met traditionele Griekse dans en muziek waarbij de bouzouki een belangrijke rol speelt en waarbij de ouzo rijkelijk vloeit.

Agiassos: hoogst gelegen plaats (600m), aan de voet van de Olympos. Bedevaartsoort met mooie orthodoxe kathedraal. Aardewerk en houtsnijwerk. Mooie straatjes en pleintjes. Het daar gesproken dialect is zelfs door de Grieken niet te verstaan. In de buurt van Agiassos zijn diverse koudwaterbronnen. Vroeger werd dit water via kanalen en aquaducten naar Mytilini geleid.

Agio Paraskevi: welvarende plaats. Inkomsten van schapen, schapenkaas en schapenyoghurt.

Molivos: tegen heuvel gebouwd met huizen van natuursteen blokken met op de top van de heuvel een burcht (ruïne) waar nog toneel- en muziekuitvoeringen worden gehouden. Toeristenplaats.

Mytilini: hoofdstad, statige herenhuizen van begin 1900. Haven. Vliegveld. Kasteel. Amfitheater. Universiteit. Ministerie van Egeïschezaken

Petra: kerk op rotspunt. De ‘Vareltzidaina archontiko’, een traditionele woning van eind 18e – begin 19e eeuw (gratis te bezoeken). Winkelstraatjes. Toeristenplaats.

Plomari: ouzo. Veel huizen hebben houten erkers op de verdieping.

Sigri: uiterste puntje van Lesbos. Kreeft. Burcht (ruïne).

Skala Kaloni: centraal gelegen op het eiland. Toeristenplaats.


Griekenland, Aegina

Egina (ook wel Aegina, Grieks: Αίγινα 'Aigina') is een eiland en gemeente dat behoort bij Griekenland. Het ligt niet ver van Athene, in het midden van de Golf van Egina, en behoort tot de Saronische eilanden. Piraeus is nog geen 30 km ver. De oppervlakte bedraagt 85 km² en er wonen zo'n 11.000 mensen. De voornaamste nederzetting draagt eveneens de naam Aegina. Veel inwoners van Athene gaan regelmatig in het weekend naar dit eiland. Het is voor weinig geld en in korte tijd vanuit de haven van Piraeus te bereiken. Met de veerboot duurt de overtocht ongeveer anderhalf uur, per draagvleugelboot zo'n 40 minuten. Het eiland staat bekend om de pistachenootjes die er vandaan komen. Wie het eiland tijdens oogsttijd bezoekt, kan er zakken met zeer verse pistachenootjes kopen. De nootjes liggen er dan zelfs langs de kant van de weg. Volgens de Griekse mythologie was Aeacus, een zoon van Zeus en de nimf Aegina, de eerste koning. Ook komt de Griekse filosoof Plato van dit eiland. Hij staat voornamelijk bekend van de mythe van Atlantis. Jaarlijks komen er honderden, zo niet duizenden mensen naar dit eiland om naar zijn woonplaats te kijken.

Bezienswaardigheden

Markante punten op Egina zijn de Afaia-tempel, het Agios Nektarios-klooster, de ruïnes op de Kolona-heuvel en het archeologisch museum aan de voet van diezelfde heuvel. Daarnaast zijn de diverse dorpjes, waaronder de (gelijknamige) hoofdplaats Egina, het bezoeken zeker waard.


Griekenland, Cycladen

De Cycladen staan, behalve hun stranden, gezamenlijk bekend om hun kunst. Tussen 4000 en 1100 v.C. werden er op deze eilandengroep kleine in wit marmer, modern ogende beeldjes geproduceerd (idolen), zonder gelaat en alleen een neus. De beeldjes zijn herleid tot de geometrische grondvormen. Opvallend was dat de beeldjes meestal een vrouw voorstelden. Aanvankelijk werden deze in graftombes gezet als afgodenbeeldjes, later werden ze echt gezien als kunstvorm. Tegenwoordig wordt de Cycladische kunst massaal gereproduceerd en verkocht aan toeristen. De Cycladische maatschappij was een welvarende maatschappij in de drie eeuwen v. Chr. De bewoners van de Cycladen waren zeelui die handel dreven in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Thucydides (I 4.) en Herodotos (I 171.) noemende de oorspronkelijke bevolking van de Cycladen Lelegers en vermelden dat zij in het zuidwesten van Klein-Azië verdreven zouden zijn, waar zij Cariërs werden genoemd. Terwijl Thucydides meent dat de mythische koning Minos hen verdreef, schrijft Herodotos dit aan de Doriërs en Ioniërs toe.

Aan de hand van de figurines die gevonden zijn op de Cycladen trachten historici en archeologen een beeld van de Cycladische maatschappij te vormen. De vrouwelijke figurines met uitgesproken seksekenmerken wijzen op een agrarische maatschappij. Ze hadden waarschijnlijk een praktische vruchtbaarheidsfunctie. Andere figuren zijn ondermeer muzikanten en krijgers. Daarnaast zou er ook een religieuze factor een rol gespeeld hebben bij het maken van de figurines: ze werden bewaard in huisschrijnen en werden meegegeven met de dode om zijn vroomheid aan te tonen. Het maken van dergelijke figurines was niet zo makkelijk en nam dus wel wat tijd in. De figurines moesten waarschijnlijk ook dienen om een band te smeden tussen mens en goden.

Vanaf de Laat-Cyladisch I periode merken we dat de Cycladische maatschappij kosmopolitischer wordt in steden zoals Akrotiri, waar de huizen van rijke handelaars elementen van de Minoïsche architectuur. In de Laat-Cycladisch III periode merken we niet enkel een politiek-militaire verschuiven, maar veranderd ook de maatschappij onder Myceense invloed.

Tinos 

Tinos of Tenos, in het Grieks Τήνος, is een Grieks eiland, behorend tot de Cycladen, met een oppervlakte van 194 km² en ca. 8000 inwoners. Tinos ligt midden tussen Andros en Mikonos. Hoewel men tweemaal per dag vanuit Piraeus met de boot naar Tinos kan, wordt het eiland betrekkelijk weinig bezocht door buitenlandse toeristen. Voor de gelovige Grieken zelf is het, als bedevaartsoord, een der meest bekende eilanden van de Egeïsche Zee. Het telt niet minder dan 800 kapellen, en werd in de jaren zestig van de 20e eeuw uitgeroepen tot een heilig eiland. Het hele jaar door reizen duizenden godvruchtige pelgrims naar Tinos, maar vooral op 25 maart (Maria Boodschap) en 15 augustus (Maria Hemelvaart) krioelt het er van bedevaarders, die voor een wonderbare icoon neerknielen.

Mikonos

Mikonos is een vrij klein Grieks eiland in de Egeïsche Zee, een der Cycladen, gelegen tussen Tinos, Siros, Paros en Naxos, in de buurt van Delos. Het eiland en gelijknamige gemeente heeft een oppervlakte van 86km², en telt zo’n 6200 inwoners (gegevens van 2002).

Delos

Delos is een eiland in de Griekse eilandengroep de Cycladen. Het ligt zeer dicht bij het eiland Mikonos, waar het ten zuidwesten van ligt. Delos is klein en langgerekt, zo'n 5 km lang en maximaal 1,3 km breed, de bodem is er schraal en dor, en het hoogste punt is de 113 m hoge Cynthus-heuvel. Het ongeveer 4 vierkante kilometer grote eiland wordt bevolkt door plm. 75 personen die zich bezig houden met hotellerie, archeologie en bewaking van de voorkomende ruïnes. In de 2e eeuw v. Chr. moeten hier zo'n slordige 40.000 mensen gewoond hebben. Door de centrale ligging was het eiland een ideale handelsplek. De nog te bezichtigen ruïnes dateren uit die tijd. Er bevond zich in de oudheid een grote stad met tempels, markthallen, winkels, opslagplaatsen en kade's. Aan de straat naar de theaters, stonden villa's waarvan de mozaïekvloeren en zwembaden nog zijn te bezichtigen. Aan de rivieroever stonden de tempels van Syrische en Egyptische goden. Volgens de oude Grieken was Delos de geboorteplaats van de zonnegod Apollo en zijn zuster Artemis. Mede daardoor werd Delos in de 7e eeuw v. Chr. het godsdienstig middelpunt van Ionië. Er werden jaarlijks grote feesten georganiseerd, waarbij de geschonken schatten een graadmeter waren voor de mate van verering. B.v. het grote Apollo-beeld dat nu in fragmenten te bezichtigen is. Maar zeker ook de rij van marmeren leeuwen aan de heilige straat. Het museum bevat unieke vondsten en is overzichtelijk ingericht. Op de 110 meter hoge Kintyhos-berg stond ooit een tempel, maar die werd in de middeleeuwen afgebroken en de stenen werden gebruikt bij de bouw van een burcht verderop. Volgens de legende heeft Zeus op de top van deze berg de geboorte van zijn zoon Apollo afgewacht en toen het zo ver was, kwamen op het eiland overal bloemen uit de rotsen tevoorschijn, blankwitte zwanen vloegen erover heen en jonge mannen en vrouwen zongen voor het offeraltaar.

Antiparos

Antiparos (uitspraak: Antíparos) is een klein Grieks eiland dat ongeveer vijf minuten varen verwijderd ligt van het tegeneiland Paros. Beide eilanden behoren tot de archipel de Cycladen. Antiparos is gelegen in de Egeïsche Zee. Het eiland heeft een oppervlakte van 35 km² en een inwoneraantal van ca. 1000.

Páros

Páros is een Grieks eiland in de Egeïsche Zee (nomos) Kykládes), met zijn oppervlakte van 196 km² en ± 10.300 inwoners (in 2000) het tweede grootste eiland van de Cycladen. Het inspireerde de Franse dichter André Marie Chénier (1762-1794) tot volgende woorden: "Diamant, door azuur omgeven, Paros, oog van Griekenland, stralende ster in de golven der Egeïsche Zee..."

Syros

Syros is een eiland, welke behoort tot de eilandengroep de noordelijke Cycladen, gelegen in het westelijk deel van de Egeïsche Zee en valt onder Griekenland. Het eiland heeft een oppervlakte van 84 km² en een inwoneraantal van ca. 20.000. Dit Katholieke eiland is een van de dichtstbevolkte eilanden van de Cycladen. Vanaf 1207 verschenen hier de Venetianen. Er waren in het jaar 1700 meer Katholieken dan Orthodoxen. Syros heeft minder last gehad van de Turken tijdens de Turkse bezetting, waardoor veel Grieken zijn gevlucht naar dit eiland. Het eiland werd bestempeld als een neutraal territorium. De hoofdstad en tevens havenstad van Syros is Ermoupoli. Deze hoofdstad heeft meer de kenmerken van een 19de eeuwse Europese stad dan van een typisch Cycladische. Ano Syros en Anastasi staan bekend als de 2 heuvels van het eiland. De indrukwekkende "San Giori" kathedraal ligt op de heuvel van Ano Syros, waarvandaan men een prachtig uitzicht heeft.

Náxos

Náxos is een Grieks eiland en gemeente in de Egeïsche Zee, met zijn oppervlakte van 448 km² het grootste eiland van de Cycladen, een eilandengroep waartoe bijvoorbeeld ook Tinos, Mikonos en Paros behoren. Het is van oudsher beroemd vanwege zijn marmer en zijn wijn (de dichter Archilochus vergeleek die met de godendrank nectar en samenhangend daarmee door de hier sterk ontwikkelde cultus van de god Dionysus. Ook de plaatselijke likeur, Kitron, is een bekende delicatesse van het eiland.

Het eiland Naxos, dat ± 25.000 inwoners telt, behoort bestuurlijk tot de nomos Kykládes. Het eiland is behoorlijk bergachtig en, zeker in vergelijking met de omringende eilanden, betrekkelijk groen en vruchtbaar. Een machtige bergketen, de Zas, steekt 1001 m boven de zeespiegel uit en is van vrijwel overal op het eiland te zien. In de (door irrigatie) vruchtbare dalen worden o.m. citrusvruchten, olijven en druiven verbouwd, terwijl in het bergland de veeteelt (schapen en geiten) zorgt voor de productie van kaas. Verder ontgint men nog steeds marmer en amaril. Het eiland heeft betrekkelijk grote zandstranden en duinen langs de kust, waardoor het toerisme een der belangrijkste inkomstenbronnen is geworden.

De hoofdplaats (15.000 inwoners) heet officieel Náxos(-stad), maar wordt gewoonlijk, zoals vaak op de Griekse eilanden, Chora (Χώρα, d.i. Hoofdstad) genoemd. Het is de zetel van een Grieks-orthodox bisdom en van een rooms-Katholiek aartsbisdom.


Griekenland, Kerkira (Corfu)

Dit is het noordelijkste en altijd groene Ionische eiland dat door een zeestraat van nog geen twee kilometer breedte van Albanië gescheiden is. Het landschap is zeer afwisselend. Het noorden is bergachtig en leent zich voor mooie wandelingen, prachtige baaien en gezellige dorpjes. Het midden van het eiland is heuvelachtig en in het zuiden is een laagvlakte met prachtige natuur en vooral olijfbomen en cypressen.

Corfu (Korfoe) is na Kefalonia het grootste Ionische eiland. De hoofdstad, havenstad en onbetwist centrum is Corfu-stad (Kerkyra). De stad bestaat uit een sfeervolle mengelmoes van forten, kerken, musea en huizen. Men kijkt de ogen uit naar de talloze winkeltjes, tavernes, marktjes, bars en restaurants. Het Venetiaanse fort en de oude stadsmuren waarop wandelpromenades zijn aangebracht zijn zeker een bezoekje waard.

Paleokastritsa is ongetwijfeld een van de meest bekende plekken van Corfu (Korfoe). De naam van deze plaats doet zijn eer aan door het oude (paleo) kasteel (kastritsa). De 2 naast elkaar gelegen baaien met kristalhelder water lenen zich uitstekend voor diverse watersporten, zwemmen & duiken. Het uitzicht vanaf de bergen is adembenemend.

Corfu (Korfoe) staat mede bekend om het paleis van Sissi (Achilleion). Sissi was kiezerin van Oostenrijk en Hongarije en bekend van de gelijknamige film. Tegen een vergoeding is het paleis dagelijks te bezichtigen.


Griekenland, Kos

Kos is een Grieks eiland in de Egeïsche Zee, en maakt als derde grootste eiland deel uit van de Dodekanesos (Twaalf Eilanden). Het ligt voor de Turkse kust, ten noordwesten van Rodos en ten zuidoosten van Samos. Er zijn goede veerverbindingen tussen Kos en andere Griekse eilanden. Het eiland is 40 km bij 8 km groot. Het kent zowel vruchtbare vlaktes als onvruchtbaar bergland. Aan de kust van Kos komen verschillende soorten zeeschildpadden voor, waaronder de beschermde Caretta Caretta. Hoewel Kos een eiland is, is er betrekkelijk weinig vis te koop. Lange tijd is er rondom Kos gevist met dynamiet. Door de explosies kwamen de vissen verdoofd naar het oppervlak drijven waarna vangst eenvoudig was. Hoewel dit een effectieve manier van vissen leek bleken later de visgronden dermate zwaar beschadigd dat de visstand rondom Kos ernstig teruggelopen was.

Op Kos zijn diverse gedenktekens voor de arts Hippocrates, alsmede voor de god voor de geneeskunst uit het Griekse pantheon: Asklepios, die leermeester zou zijn geweest van Hippokrates. Beroemd is bijvoorbeeld de plataan van Hippocrates die in de gelijknamige hoofdstad Kos staat. Ook is er een Hippocratisch museum aan hem gewijd. Verder bevinden zich diverse archeologische sites in of bij de stad, waaronder een Romeins amfitheater en een gymnasium. De hoofdstad Kos is het toeristische en culturele centrum van het eiland. Dicht bij de haven ervan staat een 14e eeuwse burcht, die in 1315 door de ridders van St. Johannes van Rodos is gebouwd. In het centrum van Kos Stad ligt een oude marktplaats, een agora.

Andere plaatsen op het eiland zijn onder andere Kefalos, Kardamena en Tigaki. In het Dikeosgebergte ligt het dorp Zia. Het eiland heeft een internationaal vliegveld waar vele lijn- en chartervluchten arriveren. Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten voor Kos.


Griekenland, Kreta

De oppervlakte van Kreta bedraagt ruim 8300 vierkante kilometer. Kreta ligt in het zuiden van de Egeïsche Zee en vormt de grens met de Libische Zee. Het eiland is 260 km lang en de breedte varieert van 12 km (bij Ierapetra) tot 60 km (tussen Dion en Lithinon). Kreta is zeer bergachtig en van west naar oost zijn er drie gebergtes te onderscheiden. In het westen bevindt zich het Levkage gebergte (Lefka Ori of Witte Bergen), waarvan met 2450 m de Pahnes de hoogste top is. Deze bergen zijn gedurende de winter altijd wit en zelfs tot begin juni ziet u hier vanop grote afstand de resterende sneeuw. De Samariakloof loopt hier doorheen. In het centrale deel van Kreta bevindt zich de Ide Oros of Pseloreites met de Psiloritis als hoogste berg (2450 m). In het oosten ligt de hoogvlakte van Lassithi waarvan de Dikti met 2150 m de hoogste berg is. De bergen bestaan grotendeels uit kalksteen (ons woord 'krijt' komt van Kreta) en herbergen veel grotten en kloven. Er lopen verspreid over Kreta een aantal kleine riviertjes die een groot deel van het jaar droog staan.

De Kretensische flora is van een uitzonderlijke diversiteit: er groeien maar liefst 2170 verschillende soorten planten en bloemen en velen daarvan komen alleen nog op Kreta voor : de Kretenzische ciste-roos, de iris, de pijpbloem, de zwaardlelie en de Diktamo, verwant aan onze majoraan. De meest zeldzame soorten worden in de bergen gevonden. Ook wilde kruiden worden voornamelijk in de bergen gevonden, waarbij salie, marjolein, tijm en dragon het meest gekend zijn. 311 soorten planten en bloemen komen nergens anders in Griekenland voor en nog eens 57 Aziatische soorten zijn ook elders in Europa onbekend. Kreta telt ook een aantal kleine bijbehorende eilandjes, waaronder het belangrijkste dat van Gavdos (29,6 km²) is. De meest interessante zijn waarschijnlijk de zuidoostelijke eilandjes Krissi en Koufonisi (4,8 km²), die onbewoond zijn.

De kustlijn heeft een lengte van ruim 1000 km. De zuidkust van Kreta kenmerkt zich door de steile rotswanden. De noordkust is een stuk vlakker en aan deze zijde bevinden zich dan ook de meeste stranden. De weinige strandjes aan de zuidkust liggen meestal afgelegen in baaien. De afstand tussen Kreta en het vaste land van Griekenland bedraagt ongeveer 100 km. Zo'n 300 km ten zuiden van Kreta ligt het Afrikaanse land Libië.

De grootste stad van Kreta is Heraklion met ongeveer 150.000 inwoners. Andere belangrijke steden zijn Chania (65.000 inw.) in het noordwesten, Rethimnon (30.000 inw.) dat precies tussen Heraklion en Chania in ligt en Agios Nikolaos (10.000 inw.) in het oosten.

Bestuurlijk is het eiland opgedeeld in vier departementen (nomi): Chania (Χανιά), Rethimno (Ρέθυμνο), Heraklion (Ηράκλειο) en Lassithi (Λασιθι). Het inwonertal bedroeg in 2004 zo'n 600.000 waarvan ongeveer de helft in het district Heraklion woont. Het havenstadje Ierapetra (14.000 inw.) is de meest zuidelijke stad van West-Europa.


Griekenland, Lesvos, Chios, Angistri

Lesbos

Lesbos (Grieks: Λέσβος, Lésbos) is een Grieks eiland in de Egeïsche Zee, niet ver van de kust van Klein-Azië. Het vormt een onderdeel van het gelijknamige departement (nomos) Lesbos. Met 1630 vierkante kilometer is het een van de grootste eilanden van Griekenland. In het jaar 2006 had het ongeveer 90.000 inwoners, van wie circa een derde in Mytilini woont. Bestuurlijk behoort het eiland tot de Regio Noord-Egeïsche Eilanden, waar het onderdeel is van het departement Lesbos. Het eiland heeft inkomsten uit de productie van ouzo, olijven, sardines, daarnaast ook uit het toerisme. De laatste jaren wordt er hard gewerkt aan de verbetering van de infrastructuur. Zo is de weg westwaarts vanuit Mytilini in 2005-2006 geheel gerenoveerd.

Benaming

Een eenduidige afkomst van de benaming is er niet. Het eiland zou voor het eerst bewoond zijn door Macaros, zoon van de god Ilios (zon). Deze Macaros had vijf dochters: Mytelene, Methymna, Issa, Antissa, Arisbe en vier zonen: Erassos, Cedrolaüs Neandrus en Leuceppus. Naar deze kinderen zijn later een aantal steden op Lesbos genoemd. Methymna huwde de held Lesvos van Thessalia, zoon van Lapithos, de beschermgod van het eiland en kleinzoon van Aiolos. Een andere verklaring is dat Marcos het eiland 'Lesvi' genoemd zou hebben, wat 'groen eiland' betekent. later is dit verbasterd tot 'Lesvos'. Het woord lesbisch zou afgeleid zijn van de naam van dit eiland. Dit heeft zijn oorsprong in de gedichten van Sappho, circa 625 v.Chr. geboren in Antissa op Lesbos. Sappho was de eerste vrouw die de moed had over vrouwen te zingen, als tegenstelling tot de stoere mannenliederen. Haar gedichten gingen o.a. over de vriendschap van vrouwen, het landelijke leven, de bruiloften e.d. Zij richtte ook een school op voor vrouwen waar zang, dans en muziek werden onderwezen.

Lesbos wordt ook wel het eiland van het feest genoemd. Elk dorp viert zijn jaarfeest in stijl met traditionele Griekse dans en muziek waarbij de bouzouki een belangrijke rol speelt en waarbij de ouzo rijkelijk vloeit.

Agiassos: hoogst gelegen plaats (600m), aan de voet van de Olympos. Bedevaartsoort met mooie orthodoxe kathedraal. Aardewerk en houtsnijwerk. Mooie straatjes en pleintjes. Het daar gesproken dialect is zelfs door de Grieken niet te verstaan. In de buurt van Agiassos zijn diverse koudwaterbronnen. Vroeger werd dit water via kanalen en aquaducten naar Mytilini geleid.

Agio Paraskevi: welvarende plaats. Inkomsten van schapen, schapenkaas en schapenyoghurt.

Molivos: tegen heuvel gebouwd met huizen van natuursteen blokken met op de top van de heuvel een burcht (ruïne) waar nog toneel- en muziekuitvoeringen worden gehouden. Toeristenplaats.

Mytilini: hoofdstad, statige herenhuizen van begin 1900. Haven. Vliegveld. Kasteel. Amfitheater. Universiteit. Ministerie van Egeïschezaken

Petra: kerk op rotspunt. De ‘Vareltzidaina archontiko’, een traditionele woning van eind 18e – begin 19e eeuw (gratis te bezoeken). Winkelstraatjes. Toeristenplaats.

Plomari: ouzo. Veel huizen hebben houten erkers op de verdieping.

Sigri: uiterste puntje van Lesbos. Kreeft. Burcht (ruïne).

Skala Kaloni: centraal gelegen op het eiland. Toeristenplaats.

Chios

Chios is een Grieks eiland en departement (nomos) in de oostelijke Egeïsche Zee en onderdeel van de regio Noord-Egeïsche Eilanden. De hoofdstad is de stad Chios en Chios heeft 53.408 inwoners (2001).

Het eiland ligt acht kilometer van de Turkse kust en zo'n vijf kilometer van de tot Turkije behorende Paspargos eilanden. Het eiland zelf heeft een omtrek van 213 km en werd door Homerus "klippenrijk" genoemd.

Chios beroemt zich erop (overigens zonder dat daar enig bewijs voor bestaat) de geboorteplaats van de dichter Homerus te zijn. Sinds de Oudheid heeft het de reputatie welvarend te zijn. Het samenhorigheidsgevoel van de Chioten is in Griekenland spreekwoordelijk: "Οι Χιώτες πάνε δυο-δυο" (= "De Chioten komen altijd met z'n tweeën").

Het klooster Nea Moni

Dit vermaarde Nieuwe Klooster werd gesticht in 1042 door de Byzantijnse keizer Constantijn IX Monómachos, op de plaats waar drie kluizenaars een icoon van Maria hadden gevonden. De architectuur en de aangewende mozaïek- en schildertechnieken zijn typisch voor de zogenaamde "Renaissance" van de 11e eeuw, de officiële keizerlijke hofkunst onder de Macedonische dynastie. Voor meer informatie: zie Nea Moni.

De "mastiekdorpen"

De twintig mastichochória (mastiekdorpen), in het zuiden van Chios, danken hun naan aan de winstgevende harswinning die hier sinds de Middeleeuwen wordt beoefend. In de 14e en 15e eeuw stichtten de Genuezen deze dorpen ver landinwaarts om ze enigszins tegen invallende piraten te beschermen. Ze zijn alle op identieke wijze versterkt, o.m. met hoektorens.

De altijdgroene, 1 tot 3m hoge mastiekstruiken (Pistaccia lentiscus) op Chios scheiden een aromatische hars af die vóór de komst van de producten op basis van aardolie, de grondstof vormde van verf, cosmetica en medicijnen (tegen chronische hoest en maagpijn). Nu wordt mastiekhars gebruikt voor de productie van kauwgom, likeur en tandpasta. Iedere zomer wordt er zo'n 300 ton hars gewonnen uit inkepingen in de bast, waar de hars doorheen sijpelt. Als de hars daarna in de buitenlucht stolt, wordt hij van de bast gestroopt en verder gedroogd.

De dorpen zijn als enige gespaard gebleven voor het bloedbad van 1822. Dit bevestigt het vermoeden dat het bloedbad van Chios mogelijk plaatsvond op aandringen van de haremdames van de Sultan, die zodanig verslaafd waren aan het kauwen van mastiekhars, dat de opstand van Chios in Constantinopel in het verkeerde keelgat schoot: de harsproductie moest koste wat het kost gevrijwaard blijven.

Pyrgí is beroemd om zijn felgekleurde huizen, waarvan een groot deel is versierd met geometrische motieven (xystrá), enig in Griekenland.

Mestá is een van de best bewaard gebleven mastiekdorpen. Het heeft nog zijn originele hoektorens. De indrukwekkende Taxiárchis-kerk uit de 19e eeuw is de grootse kerk van het eiland Chios.

Angistri

Angistri, ook bekend als Agistri en Ankistri (in het Grieks: αγκίστρι, English: "fishing hook") is een heel klein eiland in de Saronisch golf, vlak tegen Aegina en ongeveer een uur varen vanuit Piraeus.

Angistri is groen en is over heel de oppervlakte bedekt met naaldbomen. en olijfbomen. er zijn eigenlijk maar drie dorpen die de moeite zijn om vernoemd te worden: Milos (ook: Paleochora), Skala en Limenaria. Milos is het grootste dorp (396 inwoners in 1991) en de meerderheid van de bevolking woont hier. Skala ligt op ongeveer 20 minuten wandelen van Milos verwijderd langs een strandweg met een prachtig zicht op de baai. Skala is het dorp met de hoogste aantallen aan hotels en kamers en ook hier komen de meeste Griekse en buitenlands toeristen. Limenaria is een kleine dorp aan de ander kant van het eiland, 6 km van Skala en 4.5 van Milos. Hier komen niet veel toeristen. Als ze al komen dan is dat voornamelijk voor de schitterende baai van mariza. Het eiland heeft een totaal van 791 (in 1991) inwoners. Van alle eilanden in de Saronische golf is Angistri het kleinste. Aegina is met zijn 83 km² het grootste en Angistri is slechts 13 km².


Griekenland, Rhodos

Rodos (Nieuw-Grieks: Ródos; Oud-Grieks: Rhodos; Latijn: Rhodus) is een Grieks eiland in de Egeïsche Zee. Het maakt deel uit van de Dodekanesos, en is een van de meest oostelijke eilanden die tot Griekenland behoren. Het ligt slechts een paar kilometer zuidelijk van het Turkse vasteland. Het eiland beslaat 1398 km² en in het jaar 2000 had het 120.000 inwoners. De gelijknamige hoofdstad Rodos-stad ligt in het uiterste noorden van het eiland. Rodos heeft veel zonuren per jaar en kent veel toerisme. Het staat vooral bekend als vakantie-eiland, maar ook voor conferenties die bijvoorbeeld over de Middellandse Zee gaan heeft het goede faciliteiten en een gunstige ligging. Er zijn vaste veerverbindingen tussen Rodos en het Griekse vasteland. Ook zijn er geregelde verbindingen met het Turkse vasteland (Marmaris). Veel cruises varen ook via Rodos.

Geschiedenis

Rodos komt al voor in de Griekse mythologie. Volgens een van de mythen, verdeelde de god Zeus de wereld onder de goden, maar vergat hierbij een deel aan de zonnegod Helios te geven. Hierop rees het eiland Rodos op uit de zee, wat vervolgens aan Helios toekwam. In de Griekse tijd bloeide de stad op als centrum voor de Helleense cultuur. Als deel van het Romeinse Rijk, vanaf het jaar 70, werd de rol van het eiland minder groot. Door de eeuwen heen werd het eiland overvallen door Gothen, Perzen, Arabieren, Kruisvaarders, en uiteindelijk na belegeringen over een tijdspanne van meer dan 70 jaren in 1522 door Turken is veroverd, waarna het eeuwenlang deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. Verder is het, voordat het bij Griekenland ging horen, ook enige tijd Italiaans geweest. Gebouwen op het eiland in Italiaanse stijl herinneren nog aan deze tijd.

Geografie

Rodos is 79,7 km lang en 38 km breed en heeft een totale oppervlakte van 1.398 km². De kustlijn bedraagt ongeveer 220 km. Rodos stad bevindt zich in het uiterste noorden van het eiland. Hier bevindt zich zowel de oude historische als de moderne commerciële haven. De luchthaven van odos (Diagoras International Airport) ligt ongeveer 14 km ten zuidwesten van Rodos-stad. De fauna en flora op Rodos leunen dichter aan bij die van Turkijke als bij die van de andere Griekse eilanden. Het binnenland is bergachtig, dunbevolkt en begroeid met talrijke bossen. Enkele populaire bezienswaardigheden voor toeristen zijn de Vlindervallei, waar je in de zomer duizenden vlinders (eigenlijk zijn het motten) kan bezichtigen, alsook de zeven bronnen en de Petaloudes vallei. Rodos heeft zowel kei- als zandstranden. Keistranden vind je voornamelijk in het westen van het eiland terug, zandstranden in het oosten. In de zomermaanden is de westkant gekend voor zijn verfrissende zeebries, aan de oostkant van het eiland daarentegen is het warmer door het ontbreken van de zeebries. Het hoogste punt van het eiland is de berg Attavyos en deze is 1215 meter hoog.

Bezienswaardigheden

Het is zeer eenvoudig om per boot naar naburige eilanden te gaan, en daar te overnachten of dezelfde dag weer terug te reizen naar Rodos. Men vaart als men naar bijvoorbeeld Kos of Samos reist, vlak langs de kust van Turkije. Rodos-stad is zelf zeer bezienswaardig, met een mooie haven, oude kasteelmuren, enzovoorts. De stad Lindos is vanaf Rodos stad per bus of boot te bereiken. Het heeft indrukwekkende stadsmuren en een prachtige akropolis. In het westen van het eiland, bij de plaats Monolithos, staat een kruisvaarderskasteel. Rhodos, het grootste eiland van de Dodekanesos, heeft een oppervlakte van +/- 1400km² en is na Kastelorizo, het verst gelegen eiland op het Europese continent. Het is ook een zeer druk bezocht eiland, vooral omdat de geschiedenis er veel sporen heeft achtergelaten. Niet enkel van de oude Grieken zijn er overblijfselen te vinden, ook uit de tijd van de Middeleeuwen, onder andere Rhodos stad is prachtig.

Naast veel cultuur zijn er natuurlijk veel stranden, waar men kan genieten van zon, zee en zand.


Griekenland, Peloponnesos

De Peloponnesos of Peloponnesus (Grieks: Πελοπόννησος, Pelopónnisos) is het grootste schiereiland van Griekenland, en ligt ten zuiden van het Griekse vasteland. Het wordt daarvan gescheiden door de Golf van Korinthe en de Golf van Egina en ermee verbonden door de (10 km brede) Landengte van Korinthe. Deze landengte wordt weer doorsneden door het Kanaal van Korinthe. De oppervlakte bedraagt 21.379 km², ongeveer de helft van Nederland. Het is een bergachtig landschap met toppen tot meer dan 2000 meter. Vruchtbare akkers liggen tussen de bergketens. De Peloponnesos is onderverdeeld in landstreken. Enkele benamingen waren al bekend in de oudheid, b.v Argolis, Arkadia en Lakonia. Maar ook plaatsnamen zoals Olympia, Sparta, Epidaurus, Mystras en Mycene. De Saronische eilanden liggen ten oosten van het schiereiland, en de Ionische Eilanden ten westen en zuiden ervan. Enkele ervan liggen niet ver van de kust, zoals het eiland Kythira bij de zuidoostelijke punt van de Peloponnesos. Tussen Kythira en Kreta ligt het veel kleinere eiland Antikythera. Het is genoemd naar de Griekse held Pelops, het woord nesos betekent eiland, hoewel de Peloponnesos een schiereiland is. Bij de uitspraak van het Griekse woord Pelopónnisos ligt de hoofdklemtoon op de derde lettergreep.

In de oudheid was de Peloponnesos onder andere van belang vanwege het feit, dat de stad Sparta, lange tijd een rivaal van Athene, hier lag. De ruïnes van de oude stad liggen nu dicht bij de plaats Mystras. Verder was het oude Korinthe ook een zeer belangrijke stad. De ruïnes van deze oude stad, archaia Korinthos, liggen dicht bij de moderne stad Korinthe. Verder was het heiligdom van Hera, een godin uit de Griekse mythologie, te Argos ook beroemd. In diverse plaatsen op de Peloponnesos waren heiligdommen aan haar gewijd.

Men kan per trein op het schiereiland rondreizen. De trein rijdt langzaam, vaak ongeveer 40 kilometer per uur, maar de treintarieven zijn zeer laag in vergelijking met die in veel andere Europese landen. Er is een goeie treinverbinding van het vliegveld in Athene naar Korinthe die ooit doorgetrokken zal worden naar Patras. Verder reist heel Griekenland per airco bus. Deze rijden zeer regelmatig en zijn erg goedkoop. Een enkeltje Athene-Kalamáta bijvoorbeeld kost (augustus 2007) 19,80 euro. Wel is het zaak te reserveren want vooral de langeafstandbussen zijn snel vol geboekt. Een groot deel van het schiereiland is veel minder toeristisch dan andere plaatsen in Griekenland en het heeft een zeer rijke flora. In het zuidwesten rondom Kalamáta groeien duizenden en duizenden olijfbomen.

De stad Patras in het noorden is een belangrijke havenstad, met een regelmatige veerverbinding met onder meer de Ionische Eilanden Korfoe en Ithaka. Bij Patras ligt een nieuwe tolbrug over de Golf van Korinthe naar 'het vasteland' van Griekenland.

Arcadia is een bergland in het hart van de Peloponnesos. Sinds de Middeleeuwen wordt de Peloponnesos ook wel eens Morea genoemd.


Griekenland, Samos

Samos (Turks: Sisam) is een Grieks eiland in het oosten van de Egeïsche Zee, vlak voor de kust van Klein-Azië. Vathy (of Samos stad) is de hoofdatad van het eiland. Het is een havenstad in het noordoosten van het eiland. Samos heeft hoge bergen, zoals de Kerketefs berg in het westen, die met 1.437 meter één van de hoogste bergen van de Egeïsche Zee is en de Ampelos berg in het midden van het eiland die 1.150 meter hoog is.

Er zijn regelmatige busdiensten tussen de steden Pythagorio en heraion, oude historische plaatsen die staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco en de plaats die nu Tigani heet en ligt aan de zuid-oost kust. Vathy en Karlovassi in het noorden. het dischtsbijzijnde vliegveld is Samos Airport. Samos kan eenvoudig vanaf andere Griekse eilanden per boot bezocht worden, zoals vanuit Rhodos en Kos. Enkele goederen die op het eiland geproduceerd worden zijn: tabak, wijn, olijolie en citrusvruchten. vooral de zoete witte Samos wijn, gemaakt van muskaatdruiven, is wereldberoemd.


Griekenland, Zakynthos

Zakynthos (Ζάκυνθος), is een Grieks eiland en departement (nomos), ook bekend onder de (eigenlijk Italiaanse) naam Zante. Zakynthos behoort met onder meer Lefkas en Kefalonia (ten noorden van Zakynthos) tot de Ionische Eilanden. Het is het derde eiland in grootte van deze eilandengroep in de Ionische Zee. Zakynthos heeft een oppervlakte van 410 km². De lengte van het eiland bedraagt circa 40 kilometer, de breedte 20 kilometer. De totale kustlengte is ongeveer 123 kilometer. Het hoogste punt van het eiland is Vrachionas op 758 meter boven de zeespiegel. Het eiland Zakynthos ligt ten westen van het vasteland van Griekenland, ongeveer op gelijke hoogte met Sicilië. De hoofdstad van het eiland is het gelijknamige Zakynthos ofwel Zante en ligt aan de zuid-Oostkust.

Geschiedenis

Zakynthos wordt vaak “Il fiore di Levante” genoemd, ofwel bloem van het oosten. Het eiland is vernoemd naar de zoon van Dardanos, de koning van Troje. In de Romeinse tijd maakte Zakynthos deel uit van de provincie Achaia. Toen Constantijn de Grote het Byzantijnse Keizerrijk oprichtte, behoorde Zakynthos tot de provincie Illyrien. Daarna is het nog ettelijke malen in andere handen gevallen van onder andere Venetiërs, Fransen, Britten en uiteindelijk werd het op 21 mei 1864 verenigd met Griekenland.

De beschermheilige van het eiland is Dionyssios, die er in 1547 werd geboren en er in 1622 stierf. In 1953 werd Zakynthos door een grote aardbeving getroffen met in totaal zo’n 120 schokken, waardoor 70% van het eiland werd verwoest, waaronder vele Venetiaanse huizen en diverse Byzantijnse kerkjes met kunstverzamelingen. De belangrijkste kerk van Zakynthos de "Agios Dionísios" bleef echter gespaard.

Klimaat

Zakynthos heeft een subtropisch-mediterraan klimaat. In de wintermaanden is er relatief veel regenval, maar door de gunstige temperaturen is het eiland zeer groen. Er komen veel olijfboomgaarden voor. In de zomermaanden zitten deze vol met chicaden, die zich luid en duidelijk laten horen tijdens hun zoektocht naar een partner. Van de meeste olijven wordt olijfolie gemaakt. De eerste (koude) persing geeft de kwaliteit "extra vierge". Er komt zelfs hier en daar een vruchtdragende bananenboom voor.

Ook worden er veel druiven verbouwd voor het maken van wijn. In het wijngebied Kalipado staat de grootste wijnfabriek van het eiland (Callinico Wines), die door de aardbeving van 1953 werd verwoest, maar in 1968, 15 jaar later door de zoon van de eigenaar weer werd heropend, die daarmee in de voetsporen van zijn vader trad. De huidige fabriek heeft een capaciteit van 2500 flessen per uur (2004).

Plaatsen

Een greep uit het aantal plaatsen op het eiland:

Zante ofwel Zakynthos (de hoofdstad), met veel winkels en een grote haven.

Vólimes, bekend om zijn handgemaakte wand- en vloerkleden

Agios Sostis, met uitzicht op Marathonissi, het eiland voor de kust dat de vorm van een schildpad heeft.

Agalas, hier is een galerie gevestigd in een oud schoolgebouw

Macherádo, met de Àgia Mávra kerk (bedevaartsoord) en hoog boven het dorp het klooster Panagia i Eleftherótria.

Kambí, met het grote witte kruis ter herinnering aan de partizanen, die tijdens de Griekse Burgeroorlog in zee werden geworpen door de vijand.

Koukounaria

Limni Keriou, geheel op de zuidpunt met zijn oude pekbronnen waar lange tijd de scheepswanden mee werden gedicht.

Maccherado met de bedevaartskerk, de Agia Mavra (19e eeuw). De campanile bevat een melodieus klokkenspel. Buiten de plaats nog het nieuwe klooster Panagia i Eleftherotria met een fraaie iconostasis (wandschildering).

Geràki Cape, een belangrijke schildpaddenbroedplaats.

Agios Nikolaos en Skinàri Cape, vanaf hier zijn de blauwe grotten te bezichtigen.

Laganas, waar veel disco’s zijn, die jonge vakantiegangers aanlokken, maar waar ook de zandstranden aan de baai bepaalde tijden van het jaar beschermd gebied zijn, omdat daar de schildpadden hun eieren leggen. Vandaar dat er een National Marine Park of Zakynthos is. Middels bordjes wordt aangegeven, dat in dit gebied de schildpadden niet gestoord mogen worden tijdens hun broedseizoen.

Navagio is één van de meest gefotografeerde stranden van Zakynthos. Op het kleine strand ligt het wrak van een gestrande boot waarmee sigaretten gesmokkeld werden. Het strand heeft zich later rond de boot opgebouwd. Het strandje, dat zich langs een steile rotskust bevindt, kan enkel per boot bereikt worden.

Op Zakynthos liggen ook de resten van Heilige Dionysos